Omgaan met wateroverlast en droogte

Zeekraal of spinazie uit de delta?

"Mag zout zeewater weer verder Zeeland binnenkomen? De landbouw ziet de verzilting als een bedreiging voor haar bestaan. Er worden nogal wat aardappelen, suikerbieten en granen verbouwd op de eilanden, en die kunnen niet zonder zoetwater. Maar zilte landbouw is de toekomst. Wie weet, misschien eten we over tien jaar zeekraal in plaats van broccoli."

In het zuidwesten van ons land verdienen ruim 5.000 boeren op 200.000 ha landbouwgrond met het verbouwen van aardappelen, suikerbieten en groenten jaarlijks ongeveer 250 miljoen Euro. Veel van die gewassen kunnen niet tegen brak of zout water: de landbouw op de eilanden is afhankelijk van zoetwater lenzen in de ondergrond en de aanvoer van zoetwater voor beregening. Ook andere bedrijfstakken zijn indirect van dat zoete water afhankelijk: bijvoorbeeld de fabrieken  die voor grote delen van Europa van Zeeuwse Bintjes frites maken.

De Deltacommissie heeft onlangs voorgesteld om een deel van de zuidwestelijke deltawateren weer te laten verzilten en daarmee terug te keren naar de situatie van vóór de Deltawerken. Doel daarvan is om geleidelijke overgangen van zoet naar zout water te herstellen ten behoeve van de natuur en milieuproblemen zoals met de blauwalg in het Volkerak-Zoommeer op te lossen. Het weer zout laten worden van het Veerse Meer is al een feit. Ook is al besloten de Haringvlietsluizen op een kier te zetten.

De landbouw, en in het bijzonder de groententeelt, zit niet op deze maatregelen te wachten. Groenten moeten snel in de supermarkt of in de fabriek liggen, op vooraf in contracten vastgelegde data zodat de producten bijtijds in folders en op TV kunnen worden aangeprezen. Het tijdpad van zaaien, oogsten en leveren wordt strak geregisseerd, en dus moet ook de beregening onder controle zijn. Een bui is niet te plannen: er moet zoet water in de buurt zijn. Dat water kan uit het achterland worden aangevoerd: daar is water genoeg, al zijn voor die aanvoer wel investeringen nodig. Een andere oplossing is het overschakelen van consumenten op zouttolerante groente: zeekraal en lamsoor in plaats van spinazie en broccoli. Op kleine schaal wordt met zulke teelten geëxperimenteerd, voor specifieke markten zoals toprestaurants. Ook ligt er al enige tijd (geïmporteerde) zeekraal in de schappen bij de supermarkt. De vraag is (nog) beperkt: de voorkeur van consumenten verandert niet snel.

Vooralsnog blijven zilte teelten dus een nicheproduct. In de praktijk zullen we nog wel een tijdje broccoli en spinazie uit de delta blijven eten, misschien tegen iets hogere prijzen als er voor zoetwater betaald moet gaan worden.

 Met groene daken wil Rotterdam de belasting op het rioolstelstel minderen en de luchtkwaliteit verbeteren

"Al sinds begin vorige eeuw worden groene daken sporadisch ingezet. In noordelijke landen als isolatie tegen de kou en in zuidelijke landen tegen de hitte. Ook Rotterdam ziet nu de voordelen in van het plaatsen van de vochtvretende sedumplantjes op platte daken. Zelf geeft de gemeente het goede voorbeeld door gemeentelijke gebouwen te voorzien van een groen dak."

Rotterdam staat niet alleen: veel gemeenten hebben groene daken omarmd als middel om de stad meer klimaatrobuust te maken. Groene daken houden water vast zodat het water van zware stortbuien minder snel naar het riool afstroomt. Ook isoleren ze de woningen tegen de kou van de winter en de hitte van de zomer. Kunnen de gevolgen van klimaatverandering voor steden met groene daken worden getemperd?

Niet alle groene daken zijn even effectief. Dunne groene daken – meestal sedumdaken -  hebben in vergelijking met een gewoon groen dak slechts een beperkte extra capaciteit om water vast te houden. Wel kunnen ze tot een redelijke dakhelling worden aangebracht, hoewel de het vermogen om water vast te houden dan natuurlijk afneemt. Tijdens de zomer droogt het sedum uit en verkleurt het dak, wat visueel een mooi effect oplevert maar geen temperatuurverlagend effect heeft.

Dikkere groene daken hebben meer effect. In een dikkere laag speciale teelaarde op platte daken groeien planten en struiken. Die laag houdt veel vocht vast, waardoor veel minder neerslag tot afvoer komt en er een grote afvoervertraging optreedt. Bovendien draagt de verdamping bij aan de afkoeling van de stad tijdens de zomer. Op hete dagen warmen steden, door de grote hoeveelheid asfalt en beton, extra sterk op ten opzichte van de omgeving, dit effect wordt het urban heat island effect genoemd. Het is nog niet bekend hoe in welke mate  groene daken bijdragen aan de vermindering hiervan. Voor het binnenhuisklimaat van de woningen heeft de dikke laag grond een isolerend effect.

Dikke groene daken maken de stad ‘klimaatbestendiger’, maar ze hebben ook nadelen. De planten en struiken op de daken moeten tijdens een lange, warme en droge periode van water worden voorzien. Irrigatie met drinkwater lijkt niet erg duurzaam. Ook hebben de  planten en struiken extra voedingsstoffen nodig omdat de neerslag die onvoldoende levert. Die stoffen worden toegevoegd als (kunst)mest. De meststoffen spoelen echter ook uit waardoor deze groene daken enigszins bijdragen aan de eutrofiering van het stedelijk oppervlaktewater. Ook is nog niet bekend hoe effectief groene daken bijdragen aan de beheersing van de temperatuur in de stad.

Dunne groene daken dragen weinig bij aan het ‘klimaatbestendig’ maken van de stad. Dikke groene daken hebben meer effect, maar ook nadelen voor het stedelijk milieu. Als we die nadelen weten in te perken, kunnen groene daken bijdragen aan een meer ‘klimaatbestendige’ stad.

Utrecht speelt met bestrating in op klimaatverandering

" Hevige regenbuien zijn in ons land een van de duidelijkste merkbare gevolgen van klimaatverandering. Waterdoorlatende bestrating is een manier om wateroverlast te voorkomen. Zo vervangt de gemeente Utrecht op grote schaal de reguliere straatstenen door klinkers met brede voegen. Door de voegen loopt het water direct in de grond, het riool wordt daardoor ontlast. "

Er is veel belangstelling voor de mogelijkheid om met doorlatende klinker- en tegelverharding de infiltratie van regenwater in de ondergrond te vergroten en zo het afstromen van regenwater via de riolering te verkleinen. Op de markt is speciale waterdoorlatende en waterpasseerbare verharding te koop. De eerste ervaringen hiermee zijn in het algemeen positief, hoewel verstoppingen soms moeilijk te verhelpen zijn. Er wordt veel praktijkonderzoek gedaan naar de technieken voor, en de frequentie van het juiste onderhoud. De opgedane praktijkkennis wordt in beperkte mate gedeeld in vakbladen en overleg-netwerken.

Voor een goede verharding is het van belang dat de aangelegde grondlaag onder de wegen (het cunet) voldoende water kan opnemen en dat overtollig grondwater via drainage goed kan worden afgevoerd. Eenmaal geïnfiltreerd water kan immers alleen via grondwaterafvoer het systeem verlaten; de verdamping is als afvoerweg geblokkeerd vanwege diezelfde verharding en het ontbreken van begroeiing. Met name de afvoer van het grondwater wil nog wel eens tekort schieten.

Met toepassing van waterdoorlatende bestrating kunnen gemeenten inderdaad inspelen op de gevolgen van klimaatverandering. Met de juiste ontwerpen kunnen zelfs meerdere doelen worden bereikt: minder piekbelasting van het rioolstelsel, een betere waterkwaliteit en meer mogelijkheden voor het winnen van warmte uit grondwater.

Wereld staat voor grootste migratiecrisis ooit

"Tussen nu en 2050 zullen minstens een miljard extra mensen migreren als gevolg van waterschaarste, overstromingen, grootschalige ontwikkelingsprojecten, mislukte oogsten en conflicthaarden door klimaatverandering. Dat voorspelt het nieuwe rapport van de Britse humanitaire organisatie, Christian Aid."

In Nederland houden we ons vooral bezig met de gevolgen van klimaatverandering die ons direct raken, zoals het toenemend overstromingsgevaar door hogere rivierafvoeren en een stijgende zeespiegel, de toenemende vraag naar zoetwater tijdens drogere zomers en wateroverlast door meer en zwaardere buien. Volgens berichten in de media zouden ook de gevolgen van klimaatverandering elders in de wereld veel invloed hebben op Nederland met zijn open economie en sterke afhankelijkheid van de wereldmarkt. Deze indirecte gevolgen zouden zelfs veel groter kunnen zijn dan de directe gevolgen voor onze eigen watersystemen. In Nederland is hier echter maar weinig onderzoek naar gedaan.

Een van de indirecte gevolgen zijn massale migratiestromen die door klimaatverandering op gang zouden worden gebracht. Een bekend voorbeeld is de toekomst van de bevolking van koraal eilanden zonder hoger achterland zoals op Tuvalu, een eilandenrijk in het westen van de Stille Oceaan dat nagenoeg onverdedigbaar is als de zeespiegel verder stijgt. De bewoners zullen op termijn hun eilanden moeten verlaten en, bijvoorbeeld, in Nieuw Zeeland hun toekomst moeten opbouwen. De Malediven eilandengroep is een ander voorbeeld. In deze voorbeelden is het gedrag van de bevolking voorspelbaar; er komt een moment dat hen niets anders rest dan hun eilanden te verlaten.

Voor andere delen van de wereld is het gedrag van de bevolking veel minder voorspelbaar, zeker waar het gaat om leefomstandigheden die langzaam slechter worden. Zo krijgt de bevolking van Bangladesh, door de stijgende zeespiegel, te maken met een toenemend overstromingsrisico, een verzilting van landbouwgronden en grotere problemen bij het veiligstellen van voldoende zoetwater. Op welk moment in de toekomst, en in welke mate, komt de bevolking in beweging? Wat deze problemen betreft is Bangladesh geen unicum: een groot deel van de wereldbevolking woont in delta’s net boven de zeespiegel.

Op basis van wetenschappelijk onderzoek kunnen geen harde uitspraken worden gedaan over de gevolgen van klimaatverandering op eventuele migratiestromen in de toekomst. Het is echter goed om te constateren dat indirecte effecten van klimaatverandering, zoals migratie, een grote impact zouden kunnen hebben. Het tijdig uitvoeren van klimaat adaptatie maatregelen kan helpen de kwetsbaarheid van deze gebieden te verminderen.

Oprukkend zout bedreigt drinkwatervoorziening Zuid-Holland

"Alles wijst er op dat het oppervlaktewater en grondwater in Zuid-Holland de komende tientallen jaren zouter wordt. De oorzaak is klimaatverandering. De verzilting vormt een bedreiging voor met name de drinkwatervoorziening uit het grondwater. Maar ook de oppervlaktewaterbedrijven moeten zoeken naar oplossingen."

Een groot deel van Nederland is voor zoetwater afhankelijk van oppervlaktewater. Met name de aanvoer van de Rijn en Maas zijn cruciaal. Het zoete water wordt onder meer gebruikt voor irrigatie in de landbouw, als grondstof en koelwater voor de industrie, voor de drinkwatervoorziening, en voor het handhaven van waterpeilen in gebieden met veen of samendrukbare grondlagen. Daarbij zijn zowel de hoeveelheid beschikbaar water als de kwaliteit van dat water van belang. Vooral voor de productie van drinkwater mag het water niet te zout zijn. Ook gelden er strenge Europese richtlijnen ten aanzien van de temperatuur en de concentratie verontreinigende stoffen. Met name het zoutgehalte en de temperatuur worden beïnvloed door de klimaatverandering.

Als gevolg van de klimaatverandering gaan de Rijn en de Maas in de zomer naar verwachting minder water afvoeren. De verschillende functies die van het zoetwater afhankelijk zijn, zullen het met minder zoetwater moeten doen. Vooral voor de bestrijding van het zout dat vanuit zee via het oppervlaktewater en vanuit het grondwater als zoute kwel het land binnendringt, is veel zoetwater nodig. Het probleem van verzilting neemt toe doordat het zoute zeewater als gevolg van de zeespiegelstijging verder het land indringt.

Volgens experts is het zeer waarschijnlijk dat door klimaatverandering zomers met meer verzilting vaker zullen voorkomen. Het KNMI heeft vier klimaatscenario’s uitgebracht van mogelijke ontwikkelingen van het klimaat tussen nu en 2050. Twee van deze scenario’s laten merkbaar lagere zomerafvoeren zien. De extreem droge zomer van 2003 is waarschijnlijk een gemiddelde zomer in 2050. Vast staat dat de zeespiegel tot het eind van deze eeuw 50 tot 100 cm stijgt. Er zal dus meer zout het land binnendringen dat met minder zoetwater kan worden bestreden terwijl andere functies zoals de landbouw dan juist meer water nodig hebben.

De droge zomer van 2003, met lage afvoeren van Rijn en Maas, leverde in sommige delen van Nederland en in sommige sectoren (zoals boomteelt en energie) problemen op. De drinkwatervoorziening kwam echter niet in gevaar. Klimaatverandering zal vooral in Zuid-Holland leiden tot meer verzilting. Er zullen maatregelen nodig zijn voor enkele innamepunten voor drinkwaterproductie die dicht bij open zeeverbindingen liggen. Maar in principe wordt voor de drinkwatervoorziening gebruik gemaakt van voorraadvorming (in de duinen, dan wel in oppervlaktespaarbekkens), en zal de overbruggingtijd voor niet meer kunnen innemen langer moeten worden gemaakt. Bovendien zijn investeringen in het verplaatsen van de waterinname of in technologie voor de verbetering van de kwaliteit al gauw lonend. Maatregelen om de verzilting te bestrijden zullen nodig zijn, maar een drinkwatercrisis zal er niet hoeven te komen.

Europa gaat steeds meer extreme zomers krijgen

De droge zomermaanden van de afgelopen jaren worden al gauw gezien als voortekenen van klimaatverandering, zowel in Nederland68 als elders in Europa69. Ze passen in het beeld van de verwachte klimaatverandering voor de toekomst maar dergelijke zomers kunnen ook zonder klimaatverandering optreden. In welke mate Europa in de toekomst meer extreme zomers70 gaat krijgen, hangt vooral af van eventuele veranderingen in de luchtstromingspatronen. Als die veranderingen beperkt  blijven, zal de toename van de droogte in Europa ook beperkt blijven. Maar  als ’s zomers de wind vaker uit het oosten gaat waaien, zullen de watertekorten  dramatisch toenemen.

Bij dreigende tekorten kunnen in Nederland grotere zoetwater buffers worden gecreëerd in het IJsselmeergebied en het Volkerak-Zoommeer. Maar als de vraag naar water groter is dan het aanbod, moeten keuzes worden gemaakt zodat het  beschikbare water zo eerlijk mogelijk wordt verdeeld.

Het klimaatbestendig maken van Nederland (met het oog op een hogere zeespiegel) is   een van de grootste ruimtelijke opgaven van de 21e eeuw

Terecht wordt het klimaatbestendig maken van Nederland een van de grootste ruimtelijke opgaven van de 21e eeuw genoemd. Het is echter onterecht om dan alleen te verwijzen naar een hogere zeespiegel. Ook het omgaan met hogere rivierafvoeren, met zwaardere buien en wateroverlast in de stad en op het platteland,  en met periodes van droogte en hitte, lage rivierwaterstanden, en verzilting door het ver landinwaarts binnendringen van zeewater en door zout grondwater dat onder druk vanuit de ondergrond naar boven komt (kwel) staat aan de basis van de ruimtelijke opgave voor de toekomst. Het waterbeheer in Nederland moet  permanent tegen klimaatverandering bestand worden gemaakt, en daarbij  gaat het om al deze zaken. Het gaat ook om alle delen van het land: de grote steden, woonwijken in laaggelegen polders, landbouwgebieden, natuur etc. Het  vaker voorkomen van extremere weercondities zal grote consequenties hebben voor de inrichting van Nederland.

Het waterbeheer in Nederland moet langdurig bestand worden gemaakt tegen klimaatverandering

Terecht wordt het klimaatbestendig maken van Nederland een van de grootste ruimtelijke opgaven van de 21e eeuw genoemd. Het is echter onterecht om dan alleen te verwijzen naar een hogere zeespiegel. Ook het omgaan met hogere rivierafvoeren, met zwaardere buien en wateroverlast in de stad en op het platteland, en met periodes van droogte en hitte, lage rivierwaterstanden, en verzilting door het ver landinwaarts binnendringen van zeewater en door zout grondwater dat onder druk vanuit de ondergrond naar boven komt (kwel) staat aan de basis van de ruimtelijke opgave voor de toekomst.

Het waterbeheer in Nederland moet permanent tegen klimaatverandering bestand worden gemaakt, en daarbij gaat het om al deze zaken. Het gaat ook om alle delen van het land: de grote steden, woonwijken in laaggelegen polders, landbouwgebieden, natuur etc. Het vaker voorkomen van extremere weercondities zal grote consequenties  hebben voor de inrichting van Nederland.

Wonen op het water is populair vanwege ruimtegebrek en de klimaatverandering 

In de media wordt wonen op het water als een goed alternatief naar voren geschoven met het oog op klimaatverandering, voor als Nederland onder water  komt te staan. Mocht het zover komen dan drijft de woning gewoon wat hoger  op het water. Om de drijvende woningen in tijden van hoogwater bereikbaar te  houden en te voorzien van water en stroom moet goed worden nagedacht over de  plek waar gebouwd wordt. Grootschalig wonen op het water is nog niet vertoond  alle projecten tot nu toe zijn kleinschalig van aard. En gaan we die mogelijkheden  wél ontwikkelen dan is het maar de vraag waar we die ruimte op het water kunnen vinden. Wonen op het water zou populair zijn vanwege ruimtegebrek en de klimaatverandering, alsof op het water nog de ruimte te vinden zou zijn die op het land al is bezet. Maar ook de Nederlandse wateren zijn belegd met allerlei functies, zoals recreatie, visserij en scheepvaart, die ruimte claimen. Een grootschalige oplossing wordt wonen op het water dus waarschijnlijk niet.

Klimaatverandering vergt aanpassingen aan het riool 

In het verleden ging het regenwater met het huishoudelijk afvalwater door dezelfde buis naar de rioolwaterzuiveringinrichting (rwzi). Dit wordt daarom ook  wel een gemengd stelsel genoemd. Bij een gemengd stelsel kan het riool met het  afvalwater bij zware buien overbelast raken. Het vuile water kan dan via nooduitlaten (overstortputten) in de stadswateren terecht komen. Tegenwoordig worden deze gemengde stelsels aangepast zodat het schone, afstromende regenwater schoon blijft en niet naar de rioolzuivering hoeft, en overbelasting wordt voorkomen. Dat scheelt in de zuiveringskosten en de hoeveelheid water die de rioolbuizen moeten kunnen afvoeren, en voorkomt vervuiling van stadswateren bij  zware buien.

Het meest effectief is het afkoppelen van verhard oppervlak, zodat er minder   regenwater naar het gemengde stelsel wordt afgevoerd. Het regenwater wordt dan door goten afgeleid naar infiltratievoorzieningen zoals wadi’s of ondergrondse infiltratiekratten, waar het in de bodem zakt en het grondwater aanvult.

Gemengde stelsels zijn een verstandige aanpassing in het licht van een verwachte klimaatverandering met vaker voorkomende zware buien. Klimaatverandering vergt aanpassingen aan het riool , maar er zijn ook andere mogelijkheden om (de schade door) wateroverlast te bestrijden. Met voldoende open water in de stedelijke omgeving kan het water van zware buien worden geborgen. Ook zou Nederland de straten kunnen gebruiken als open riool voor het opvangen van overtollig (regen)water. Dat klinkt misschien gek maar het open riool bevat in dit geval alleen schoon regenwater en geen vies huishoudelijk afvalwater. Helaas kunnen de straten tegenwoordig veel minder water bergen dan vroeger doordat de straten vaak nog maar 15 cm lager liggen dan de vloeren van de nieuwbouwwoningen. De mogelijkheid om op straat water te bergen heeft dus moeten wijken voor een betere toegankelijkheid van woningen. Terugkeer naar hogere vloeren ten opzichte van het straatniveau is één van de oplossingen voor wateroverlast door klimaatverandering.

Nederland moet straten gebruiken als open riool voor het opvangen van overtollig (regen)water

In het verleden ging het regenwater met het huishoudelijk afvalwater door dezelfde buis naar de rioolwaterzuiveringinrichting (rwzi). Dit wordt daarom ook  wel een gemengd stelsel genoemd. Bij een gemengd stelsel kan het riool met het  afvalwater bij zware buien overbelast raken. Het vuile water kan dan via nooduitlaten (overstortputten) in de stadswateren terecht komen. Tegenwoordig worden deze gemengde stelsels aangepast zodat het schone, afstromende regenwater schoon blijft en niet naar de rioolzuivering hoeft, en overbelasting wordt voorkomen. Dat scheelt in de zuiveringskosten en de hoeveelheid water die de rioolbuizen moeten kunnen afvoeren, en voorkomt vervuiling van stadswateren bij  zware buien.

Het meest effectief is het afkoppelen van verhard oppervlak, zodat er minder   regenwater naar het gemengde stelsel wordt afgevoerd. Het regenwater wordt dan door goten afgeleid naar infiltratievoorzieningen zoals wadi’s of ondergrondse infiltratiekratten, waar het in de bodem zakt en het grondwater aanvult.

Gemengde stelsels zijn een verstandige aanpassing in het licht van een verwachte klimaatverandering met vaker voorkomende zware buien. Klimaatverandering vergt aanpassingen aan het riool , maar er zijn ook andere mogelijkheden om (de schade door) wateroverlast te bestrijden. Met voldoende open water in de stedelijke omgeving kan het water van zware buien worden geborgen. Ook zou Nederland de straten kunnen gebruiken als open riool voor het opvangen van overtollig (regen)water. Dat klinkt misschien gek maar het open riool bevat in dit geval alleen schoon regenwater en geen vies huishoudelijk afvalwater. Helaas kunnen de straten tegenwoordig veel minder water bergen dan vroeger doordat de straten vaak nog maar 15 cm lager liggen dan de vloeren van de nieuwbouwwoningen. De mogelijkheid om op straat water te bergen heeft dus moeten wijken voor een betere toegankelijkheid van woningen. Terugkeer naar hogere vloeren ten opzichte van het straatniveau is één van de oplossingen voor wateroverlast door klimaatverandering.

Laaggelegen gebieden zullen afwisselend geteisterd worden door droogtes en hevige   regenval, die de landbouw ernstig zullen schaden

De laaggelegen landbouwgebieden zullen de gevolgen van de klimaatverandering zeker merken. Het is goed mogelijk dat de laaggelegen gebieden vaker afwisselend geteisterd worden door droogtes en hevige regenval, die de landbouw  ernstig schaden. Maar er zijn ook mogelijkheden om het land anders in  te richten en het landgebruik aan te passen aan veranderde omstandigheden. Hierbij kan het landgebruik niet los worden gezien van het waterbeheer in brede  zin: overtollig water kan tijdelijk worden opgevangen door laaggelegen gebieden  op de hoge gronden of polders onder water te laten lopen. Zo kunnen elders   problemen worden voorkomen.

De vraag naar watermanagement wordt groter door de klimaatverandering

 Vast staat dat de vraag naar watermanagement66 groter wordt door de klimaatverandering. De behoefte aan beter beheer en actieve ‘sturing’ van zowel de hoeveelheid water als van de waterkwaliteit zal toenemen doordat het  vaker hard regent en in de zomer langer droog blijft, bij hogere temperaturen. Met een grotere seizoensbuffer zijn pieken op te vangen zodat lange perioden van droogte meestal zonder grote problemen kunnen worden overbrugd. Het  IJsselmeer is een goed voorbeeld van een watersysteem waar in de toekomst  maatregelen genomen moeten worden waarmee zowel hogere rivierafvoeren als  extreme droogtes kunnen worden opgevangen.

IJsselmeer en Markermeer: ander peil voor een ander klimaat. Het IJsselmeer en Markermeer inclusief de omliggende (rand)meren spelen een belangrijke rol bij het opvangen van teveel water in natte tijden en de zoetwatervoorziening van het omliggende gebied in droge tijden.

Vanuit de meren wordt in droge tijden water in het omliggende gebied ingelaten voor het peilbeheer in landbouw- en natuurgebieden, voor de bestrijding van verzilting (zoute kwel) en voor het voorkomen van uitdroging van het veenweidegebied. Ook wordt aan het IJsselmeer water onttrokken voor drinkwaterbereiding. Het water van het Markermeer wordt gebruikt voor het doorspoelen van de Amsterdamse grachten en voor het terugdringen van zout water dat via het Noordzeekanaal het land binnendringt. Doorspoeling met water van het IJsselmeer moet ervoor zorgen dat de waterkwaliteit van het Markermeer zelf op peil blijft. De onttrekking van water aan het Markermeer en IJsselmeer mag er niet toe leiden dat het waterpeil in de meren zelf te laag komt te staan. Dan komt onder meer de scheepvaart in de knel doordat de vaardiepte te gering wordt.

In natte tijden watert het omliggende land op de meren af. Ook kan de aanvoer van IJsselwater naar het IJsselmeer dan groot zijn. Dat water wordt via sluizen in de Afsluitdijk op de Waddenzee geloosd.

De combinatie van al deze belangen vraagt om maatwerk bij het waterbeheer. Dat maatwerk komt neer op het sturen op waterpeilen voor de meren van het IJsselmeergebied: verschillende peilen voor de zomer en de winter. Het peil in de winter moet laag genoeg zijn om de vrije afvoer van omringende polderwateren en beken mogelijk te maken en een hoge IJsselafvoer veilig te kunnen bergen en door te sluizen naar de Waddenzee. Het peil in de zomer moet hoog genoeg zijn om water naar Friesland en Noord-Holland te kunnen laten stromen (peilbeheer boezemwateren) en om voldoende buffer te hebben voor een droge zomer. Op het IJsselmeer komen alle gevolgen van klimaatverandering bij elkaar. Hoge IJsselafvoeren komen vaker voor en nemen toe in hoogte terwijl de afvoercapaciteit van de sluizen in de Afsluitdijk, door de zeespiegelstijging, afneemt. Bovendien is voor de drogere zomers van de toekomst een grotere buffer van zoet water nodig. Om al deze belangen ook in de toekomst veilig te kunnen stellen, zijn op termijn aanpassingen aan het waterbeheer van het IJsselmeer (en Markermeer en omliggende meren) nodig. Die aanpassingen komen onder meer neer op een ander peilbeheer. Onderzocht wordt of de dijken rond het IJsselmeer misschien omhoog moeten: dan kan meer IJsselwater worden geborgen, kan dit water vanuit een hoger meerpeil nog steeds op de Waddenzee worden geloosd, en kan een grotere zoetwatervoorraad voor de  zomer worden opgebouwd.

Extreme droogte oorzaak dijkdoorbraak Wilnis

Als in de toekomst de perioden met watertekorten vaker voorkomen en langer gaan duren, levert dat verschillende problemen op: meer schade voor de landbouw door lagere opbrengst, een grotere kans op instabiele veendijken door uitdroging, zoals de dijkdoorbraak bij Wilnis in 2003 heeft laten zien, en vaker  een beperkte beschikbaarheid van koelwater voor energiecentrales. Verder kan ook de natuur schade ondervinden door bijvoorbeeld uitdroging, afname van de  waterkwaliteit (toename verzilting, eutrofiëring en vaker zuurstofloosheid), vaker optreden van botulisme en langduriger voorkomen van giftige drijflagen met blauwalg. De verslechtering van de waterkwaliteit levert ook gezondheidsrisico’s op voor de waterrecreatie. De drinkwatervoorziening wordt in de praktijk nauwelijks beperkt doordat grote buffers aanwezig zijn.

Droogte zomer 2007: de gevolgen van klimaatverandering zijn al merkbaar in Nederland

De droge zomermaanden van de afgelopen jaren worden al gauw gezien als voortekenen van klimaatverandering, zowel in Nederland68 als elders in Europa69. Ze passen in het beeld van de verwachte klimaatverandering voor de toekomst maar dergelijke zomers kunnen ook zonder klimaatverandering optreden. In welke mate Europa in de toekomst meer extreme zomers70 gaat krijgen, hangt vooral af van eventuele veranderingen in de luchtstromingspatronen. Als die veranderingen beperkt  blijven, zal de toename van de droogte in Europa ook beperkt blijven. Maar als ’s zomers de wind vaker uit het oosten gaat waaien, zullen de watertekorten dramatisch toenemen.

Bij dreigende tekorten kunnen in Nederland grotere zoetwater buffers worden gecreëerd in het IJsselmeergebied en het Volkerak-Zoommeer. Maar als de vraag naar water groter is dan het aanbod, moeten keuzes worden gemaakt zodat het  beschikbare water zo eerlijk mogelijk wordt verdeeld.

Watertekorten in Zuid-Europa in 2005: voortekenen van klimaatverandering?

 De droge zomermaanden van de afgelopen jaren worden al gauw gezien als voortekenen van klimaatverandering, zowel in Nederland68 als elders in Europa69. Ze passen in het beeld van de verwachte klimaatverandering voor de toekomst maar  dergelijke zomers kunnen ook zonder klimaatverandering optreden. In welke mate  Europa in de toekomst meer extreme zomers70 gaat krijgen, hangt vooral af van  eventuele veranderingen in de luchtstromingspatronen. Als die veranderingen beperkt  blijven, zal de toename van de droogte in Europa ook beperkt blijven. Maar  als ’s zomers de wind vaker uit het oosten gaat waaien, zullen de watertekorten dramatisch toenemen.

Bij dreigende tekorten kunnen in Nederland grotere zoetwater buffers worden  gecreëerd in het IJsselmeergebied en het Volkerak-Zoommeer. Maar als de vraag  naar water groter is dan het aanbod, moeten keuzes worden gemaakt zodat het  beschikbare water zo eerlijk mogelijk wordt verdeeld.