De prijs van droge voeten en voldoende schoonwater
Als we maatregelen moeten nemen zal het gaan om grote bedragen: dan zullen we veel moeten investeren voor onze bescherming tegen overstromingen. Maar wat is ‘veel’? Op dit moment geven we per hoofd van de bevolking jaarlijks minder dan 100 euro uit aan de bescherming tegen het water van de zee, de rivieren en de meren. Mocht het nodig zijn dat bedrag te verdubbelen om de gevolgen van klimaatverandering het hoofd te kunnen bieden, dan is de bescherming tegen het water nog steeds niet duur. Het is overigens nog maar de vraag of vanwege klimaatverandering jaarlijks een miljard euro meer nodig is voor het behoud van onze veiligheid, zoals wel eens wordt beweerd. Misschien in de verre toekomst, maar de komende jaren waarschijnlijk nog niet.
Ons niveau van bescherming tegen overstromingen is gebaseerd op het gedachtegoed van de Deltacommissie in 1960 die, na de Watersnoodramp van 1953, de basis van ons waterveiligheidsbeleid heeft opgesteld. De Deltacommissie stelde dat de investeringen in de bescherming tegen overstromingen in balans moeten zijn met de reductie van de (verwachtingswaarde van de jaarlijkse) overstromingsschade die door betere dijken wordt gerealiseerd. Als we blijven investeren in lijn met deze gedachte, is de investering in de verbetering van dijken niet te duur.
Als we maatregelen moeten nemen, zal het gaan om grote bedragen: dan zullen we veel moeten investeren voor onze bescherming tegen overstromingen. Maar wat is ‘veel’? Op dit moment geven we per hoofd van de bevolking jaarlijks minder dan 100 euro uit aan de bescherming tegen het water van de zee, de rivieren en de meren. Mocht het nodig zijn dat bedrag te verdubbelen om de gevolgen van klimaatverandering het hoofd te kunnen bieden, dan is de bescherming tegen het water nog steeds niet duur. Het is overigens nog maar de vraag of vanwege klimaatverandering jaarlijks een miljard euro meer nodig is voor het behoud van onze veiligheid, zoals wel eens wordt beweerd. Misschien in de verre toekomst, maar de komende jaren waarschijnlijk nog niet.
Ons niveau van bescherming tegen overstromingen is gebaseerd op het gedachtegoed van de Deltacommissie in 1960 die, na de Watersnoodramp van 1953, de basis van ons waterveiligheidsbeleid heeft opgesteld. De Deltacommissie stelde dat de investeringen in de bescherming tegen overstromingen in balans moeten zijn met de reductie van de (verwachtingswaarde van de jaarlijkse) overstromingsschade die door betere dijken wordt gerealiseerd. Als we blijven investeren in lijn met deze gedachte, is de investering in de verbetering van dijken niet te duur.
Als we maatregelen moeten nemen, zal het gaan om grote bedragen: dan zullen we veel moeten investeren voor onze bescherming tegen overstromingen. Maar wat is ‘veel’? Op dit moment geven we per hoofd van de bevolking jaarlijks minder dan 100 euro uit aan de bescherming tegen het water van de zee, de rivieren en de meren. Mocht het nodig zijn dat bedrag te verdubbelen om de gevolgen van klimaatverandering het hoofd te kunnen bieden, dan is de bescherming tegen het water nog steeds niet duur. Het is overigens nog maar de vraag of vanwege klimaatverandering jaarlijks een miljard euro meer nodig is voor het behoud van onze veiligheid, zoals wel eens wordt beweerd. Misschien in de verre toekomst, maar de komende jaren waarschijnlijk nog niet.
Ons niveau van bescherming tegen overstromingen is gebaseerd op het gedachtegoed van de Deltacommissie in 1960 die, na de Watersnoodramp van 1953, de basis van ons waterveiligheidsbeleid heeft opgesteld. De Deltacommissie stelde dat de investeringen in de bescherming tegen overstromingen in balans moeten zijn met de reductie van de (verwachtingswaarde van de jaarlijkse) overstromingsschade die door betere dijken wordt gerealiseerd. Als we blijven investeren in lijn met deze gedachte, is de investering in de verbetering van dijken niet te duur.
Tegenover hogere kosten voor aanpassing van ons land aan de mogelijke gevolgen van klimaatverandering staan waarschijnlijk ook hogere inkomsten. Zo zal de Nederlandse kust voor toeristen in de zomer aantrekkelijker worden. Voor de Nederlandse watersector ontstaan wereldwijd grote exportmogelijkheden voor zijn kennis over het omgaan met de gevolgen van klimaatverandering in dichtbevolkte deltagebieden. Wellicht laat de toekomst zien dat bescherming tegen de stijgende zeespiegel en verhoogde rivierafvoeren voor Nederland big business is.
Wat is nu een verstandige investering? Dat hangt af van de mogelijke schade door de gevolgen van klimaatverandering (economisch, slachtoffers, beleving) en de kosten die moeten worden gemaakt om deze schade te voorkomen of te beperken. Het gaat erom de som van deze twee posten zo klein mogelijk te maken. De mogelijke schade kan worden uitgedrukt als de schadeverwachting per jaar. Deze schadeverwachting is het risico: de kans op, bijvoorbeeld, een overstroming vermenigvuldigd met de gevolgen van die overstroming. Dit risico moet het uitgangspunt zijn van investeringsbeslissingen. Voor het voorbeeld van het overstromingsrisico betekent dit dat niet alleen de overstromingskans maar ook de mogelijke schade mee moet wegen bij afwegingen voor investeringen in de bescherming tegen het water.
De mogelijke overstromingsschade in Nederland is sinds de watersnoodramp van 1953, 6 tot 13 keer zo hoog geworden door de investeringen en bevolkingsgroei achter de dijken. Het aantal mensen dat achter de dijken leeft, is sindsdien verdubbeld. De economische groei zal de potentiële schade van overstromingen nog verder doen stijgen. In Nederland is de overheid volgens artikel 21 van de grondwet gehouden het land tegen overstromingen te beschermen. Tot nu toe gaat dat goed. En kennelijk hebben de inwoners er ook vertrouwen in dat het goed blijft gaan want tot nu toe hebben de mogelijke gevolgen van klimaatverandering in Nederland geen noemenswaardige invloed op de huizenprijzen.
Op nationaal, Europees en mondiaal (klimaatconferentie Bali, 2007) niveau zijn inmiddels forse doelstellingen geformuleerd om de uitstoot van broeikasgassen te beperken of zelfs te reduceren. Daarmee wordt geprobeerd de opwarming van de aarde af te remmen. Dat gaat echter niet van vandaag op morgen, en dus zal de opwarming van de aarde nog wel even doorgaan. Daarom is het verstandig te blijven investeren in de dijken totdat de techniek zich leent om de opwarming van de aarde daadwerkelijk te stoppen.
Het is dus verstandig om ons nu al voor te bereiden op een verhoging van de zeespiegel en een toenemend wateraanbod van de rivieren, en op het reserveren van de ruimte die voor maatregelen nodig is. Hierbij moet worden bedacht dat de onzekerheden nog groot zijn. De economische gevolgen van klimaatverandering en het moment waarop we die gaan merken, zijn moeilijk in te schatten. Het is daarom zaak risicomijdend op te treden: niet te veel of te vroeg investeren, maar zeker ook niet te weinig of te laat. Daarom wordt nu alvast verkend welke maatregelen in Nederland mogelijk zijn als blijkt dat klimaatverandering sneller gaat dan we nu verwachten. Dan zijn we in ieder geval goed voorbereid en kunnen we, indien nodig, snel maatregelen nemen om Nederland veilig, mooi en leefbaar te houden.
Op nationaal, Europees en mondiaal (klimaatconferentie Bali, 2007) niveau zijn inmiddels forse doelstellingen geformuleerd om de uitstoot van broeikasgassen te beperken of zelfs te reduceren. Daarmee wordt geprobeerd de opwarming van de aarde af te remmen. Dat gaat echter niet van vandaag op morgen, en dus zal de opwarming van de aarde nog wel even doorgaan. Daarom is het verstandig te blijven investeren in de dijken totdat de techniek zich leent om de opwarming van de aarde daadwerkelijk te stoppen.
Het is dus verstandig om ons nu al voor te bereiden op een verhoging van de zeespiegel en een toenemend wateraanbod van de rivieren, en op het reserveren van de ruimte die voor maatregelen nodig is. Hierbij moet worden bedacht dat de onzekerheden nog groot zijn. De economische gevolgen van klimaatverandering en het moment waarop we die gaan merken, zijn moeilijk in te schatten. Het is daarom zaak risicomijdend op te treden: niet te veel of te vroeg investeren, maar zeker ook niet te weinig of te laat. Daarom wordt nu alvast verkend welke maatregelen in Nederland mogelijk zijn als blijkt dat klimaatverandering sneller gaat dan we nu verwachten. Dan zijn we in ieder geval goed voorbereid en kunnen we, indien nodig, snel maatregelen nemen om Nederland veilig, mooi en leefbaar te houden.
Bescherming tegen het water kunnen we in Nederland gemakkelijk betalen. In vergelijking met arme landen heeft Nederland meer mogelijkheden zich aan klimaatverandering aan te passen. Niet de hoogte van de investeringen maar de maatschappelijke bereidheid om die investeringen te plegen, zal hier het probleem zijn. Burgers redeneren immers niet vanuit economische criteria maar op basis van (recente) ervaringen: kort na een bijna-overstroming is de maatschappelijke bereidheid om te investeren in dijken groot maar later ebt die bereidheid weer weg.