Bedreigingen en kansen voor de natuur

Natuurorganisaties zien niets in peilverhoging IJsselmeer

"Een hoger peil in het IJsselmeer moet er volgens de Deltacommissie voor zorgen dat water uit het meer onder vrij verval kan worden gespuid op de Waddenzee. Volgens natuurorganisaties zal deze aanpak grote gevolgen hebben. “Peilverhoging van het IJsselmeer kan onomkeerbare en onwenselijke gevolgen hebben voor ecologie en veiligheid van het gebied.”

Een van de aanbevelingen van de Deltacommissie is het verhogen van het IJsselmeerpeil met maximaal 1,5 meter na 2050. Zonder aanvullende maatregelen zouden op den duur bepaalde typen natuur verdrinken. De natuur in het IJsselmeergebied is immers sterk afhankelijk van de waterdiepte(verdeling). Waterplanten hebben ondiep water (minder dan 2-3 meter) nodig om voldoende licht te hebben om te groeien. Verschillende watervogels halen hun voedsel van verschillende dieptes: steltlopers en grondeleenden foerageren in zeer ondiep water (minder dan 2 decimeter) terwijl duikeenden hun voedsel wel tot 5 meter diepte kunnen halen en zwanen tot ongeveer 1 meer diepte kunnen foerageren op planten. Daarnaast komt riet voor in ondiepe zones en zones die af en toe onder water staan. Dit vormt weer een leefgebied voor andere diersoorten, zoals de Karakiet en de Roerdomp. Met name de ondiepe zones (minder dan 2 meter) zijn dus belangrijk voor de natuur. Als het waterpeil van het IJsselmeer stijgt, neemt het areaal met ondiep water sterk af.

De stijging van het waterpeil is echter maar één deel van het verhaal. Ook de variatie van het waterpeil door het jaar heen kan sterker variëren dan nu het geval is omdat het IJsselmeerwater in droge periodes wordt gebruikt door onder meer de landbouw. Een lager waterpeil in een droge zomer past bij een natuurlijke dynamiek. Meer peildynamiek, en dus grotere verschillen tussen hoge (winter) en lage (zomer) waterpeilen kan gunstig zijn voor de natuur, onder meer voor de ontwikkeling van riet- en moerasvegetatie. De mate waarin dit gebeurt hangt af van de morfologie en de grootte van de peilfluctuatie. De morfologie kan worden aangepast door ondieptes en laaggelegen eilanden aan te leggen.

Natuur in het IJsselmeergebied zal inderdaad verdrinken als het waterpeil met 1,5 meter wordt verhoogd. Echter, als deze verhoging wordt gecombineerd met inrichtingsmaatregelen (bijvoorbeeld het aanleggen van ondieptes) en meer peildynamiek, kan er voor natuur misschien ook iets moois ontstaan. Als je daarbij de verondiepingen uitvoert in de vorm van vooroevers met een golfremmende werking kan er tegelijkertijd ook aan de veiligheid worden bijgedragen. De stijging van het peil van het IJsselmeer hoeft niet persé grote negatieve gevolgen te hebben voor de natuur.

Smeltend poolijs vormt geen bedreiging voor de ijsberen

Als het klimaat verandert, kan dit ertoe leiden dat soorten moeten verschuiven naar andere gebieden omdat hun oorspronkelijke leefgebied niet meer aan hun randvoorwaarden voldoet. Zo heeft de natuur zich in het verleden ook steeds aangepast aan veranderingen in het klimaat. Met het verdwijnen van een bepaald leefgebied ontstaan ook weer kansen voor andere soorten. Zo is de Spiering een koudwatervis die in Nederland de zuidgrens van zijn verspreiding heeft. Een warmere zee kan er toe leiden dat deze vis niet meer in Nederland voorkomt. Daar staat tegenover dat bijvoorbeeld vogelsoorten uit zuidelijke landen steeds vaker in Nederland worden waargenomen.

Lang niet alle soorten kunnen de verschuiving van klimaatzones volgen. Veel van onze natuur komt voor in begrensde en vaak ook geïsoleerde gebieden en heeft daardoor niet meer de ruimte om op te schuiven. Zo verdwijnt met het smelten van het ijs van de noordpool het leefgebied van de ijsberen en komt hun voortbestaan in gevaar. Bovendien is de natuur op sommige plaatsen verzwakt als gevolg van menselijke activiteiten en is zij niet meer robuust genoeg om ook nog  de effecten van klimaatverandering aan te kunnen. De Deltawerken hebben laten  zien dat maatregelen die zijn ontworpen voor de bescherming tegen het water de aanwezige natuur dusdanig onder druk zetten dat zij hier en daar het onderspit moest delven. De gevolgen van klimaatverandering kunnen dus bedreigend zijn voor de natuur.

Maatregelen tegen zeespiegelstijging door klimaatverandering (waaronder dijken)   kunnen prima samengaan met aanleg van extra natuur

Het natuurbeleid is er vaak op gericht te behouden wat we nu hebben. Maar natuur is veranderlijk en reageert op haar omgeving. Als maatregelen tegen de gevolgen van klimaatverandering nodig zijn, kan er met slimme oplossingen voor  de natuur ook juist iets moois ontstaan. Als het waterpeil van het IJsselmeer mee  zou stijgen met de zeespiegel (zie kader op bladzijde 41), verdwijnen de huidige vooroevers en ondiepten bijna allemaal onder water. Dat is jammer, want hier bevindt zich net de meest waardevolle natuur. Maar als het peil omhoog gaat, moeten ook de dijken rond het meer omhoog. Die verhoging kan worden gecombineerd met de aanleg van nieuwe ondiepten en vooroevers die de golfaanval op de dijken beperken en lokaal het water geschikt maken voor waterplanten en vogels. Maatregelen die met het oog op de gevolgen van klimaatverandering nodig zijn, kunnen op die manier dus samengaan met aanleg van extra natuur.